Column: ‘Ik wilde niet dat mijn kinderen bang zouden worden voor de tandarts’

Twee weken lang had Maurice van Meunier als achtjarige buikpijn wanneer de poetsbus met stroomkabels op zijn schoolplein verscheen. Zijn klasgenoten met een achternaam die eerder in het alfabet begonnen, waren eerst aan de beurt. Daarna volgde hij. Die angst kwam niet uit het niets. Tijdens een eerder bezoek aan diezelfde poetsbus werden er vijf gaatjes geboord en werd er een kies getrokken. Vanaf dat moment was de angst geboren. Toen Maurice later zelf vader werd, nam hij zich één ding heel bewust voor: zijn kinderen moesten angstvrij bij de tandarts opgroeien.

Maurice kijkt met weinig plezier terug op zijn eigen ervaringen met artsen. Niet alleen bij de tandarts, maar ook in het ziekenhuis. Als kind had hij bronchitis en was hij doodsbang voor prikken en naalden. Dat zat zo diep, dat hij ooit zo hard schopte tijdens een prik dat de naald afbrak in zijn been. Ook verdovingen bij de tandarts maakten veel bij hem los. Juist daarom wilde hij koste wat kost voorkomen dat zijn kinderen zijn angst zouden overnemen.


Zijn kijk op mondzorg veranderde ook toen hij kinderen kreeg. “Ik had echt een hekel aan tandenpoetsen. Maar ik wilde mijn kinderen wel het goede voorbeeld geven.” Daarbij speelde ook zijn familiegeschiedenis mee. “Mijn vader was een oorlogskind en had al op zijn 23e een kunstgebit. Voor mijn kinderen wilde ik dat anders doen.”


Voor zijn eigen gezin koos hij daarom heel bewust voor een tandarts die goed met kinderen was. Eerst kwam hij terecht bij Niels Sopar. “Een hele leuke tandarts. Mijn kinderen mochten op mijn buik zitten en meehelpen. Dikwijls kreeg ik dat spiegeltje achterin mijn keel, maar mijn kinderen vonden het leuk.”


Toen Sopar door een fietsongeluk moest stoppen, kwam Maurice bij een andere praktijk terecht. Dat voelde voor hem niet goed. “Gevoelsmatig was dat geen match. De bedrijfsvoering voelde te commercieel en er werd geadviseerd om een kies te trekken en een kroon te nemen.” Voor Maurice was dat het moment om verder te zoeken.

Een praktijk waar kinderen in zich welkom voelen

Zo kwam hij vijftien jaar geleden terecht bij Lorena van Brummans & Fa. En daar vond hij precies wat hij zocht. Niet alleen omdat zij geweldig met kinderen omging, maar ook omdat ze hem direct gerust wist te stellen over zijn eigen gebit. Waar eerder was geadviseerd om een kies te trekken en een kroon te nemen, keek Lorena daar anders naar. “Daarmee heeft ze mijn vertrouwen gewonnen. Ik weet dat ze mij alleen dingen adviseert die echt nodig zijn. In de tussentijd zijn al mijn oude vullingen vervangen, maar wat Lorena zegt doe ik. Ik twijfel geen seconde aan haar advies.”

Ook met zijn kinderen bleek Lorena een schot in de roos. “Ze is heel lief en zacht. Ze heeft met mijn kinderen heel wat tanden geteld. Mijn kinderen zijn nooit bang geweest en gingen zelfs met plezier naar de tandarts. Zo anders dan ik dat beleefd heb.”

Dat verschil voelde hij ook in de sfeer van de praktijk. Maurice vergelijkt het met de tandarts waar zijn vrouw vroeger in Ursem kwam. “Die man draaide klassieke muziek. Als ik mee de behandelkamer inliep, werd ik de deur gewezen. Ik mocht niet mee de kamer in.” Bij Brummans & Fa ervoer hij het tegenovergestelde. “Dat is bij Lorena anders. We zaten met het hele gezin met haar te kletsen.”

Ook buiten de tandartsstoel merkte Maurice dat zijn kinderen veel ontspannener met zorg en behandelingen omgingen dan hijzelf vroeger deed. Eén van zijn zoons was wat kleinzeriger, vertelt hij, maar met wat extra aanmoediging kreeg hij hem meestal gewoon mee. Soms hielp een cadeautje in het vooruitzicht daarbij. Zijn jongste zoon reageerde als klein jongetje zelfs totaal anders op een prik dan Maurice vroeger deed. Na een prik zei hij eens: “Mijn arm lust er nog wel een.” Voor Maurice voelde dat als een bevestiging dat hij zijn eigen angst niet had doorgegeven aan zijn kinderen.

Op zijn gemak in de stoel

Inmiddels zijn zijn kinderen negentien en twintig jaar oud. Ze maken zelf hun afspraken en gaan zelfstandig naar de tandarts. Voor Maurice is daarmee uitgekomen waar hij als vader ooit zo bewust op hoopte.


Zelf voelt hij zich bij Brummans & Fa ook op zijn gemak. Dat zit voor hem niet alleen in het advies, maar juist ook in de manier van behandelen. Hij vindt het prettig dat tijdens een behandeling stap voor stap wordt uitgelegd wat er gebeurt. “Zo ben je voorbereid.” Ook wordt er rekening gehouden met zijn angst voor prikken. Als hij zijn arm omhoog doet, stopt ze even. Die ruimte maakt voor hem veel verschil. Waar mogelijk kiest hij liever voor behandelen zonder verdoving. “Dan heb ik maar een kwartier last, in plaats van een halve dag een hanglip.”

Praktisch, modern en altijd bereikbaar

Naast vertrouwen waardeert Maurice ook hoe toegankelijk de praktijk is. Hij noemt de locatie mooi en goed bereikbaar, zowel fysiek als telefonisch. Zeker in noodsituaties merkt hij hoe fijn dat is. “Een keer brak er een stuk van mijn kies eraf. Na een telefoontje kon ik gelijk bij haar langskomen. Dat is voor mij heel fijn, want ik werk onregelmatige diensten.”

Ook ziet hij dat de praktijk met de tijd is meegegaan. Op de vraag of Brummans & Fa in de loop der jaren veranderd is, hoeft hij niet lang na te denken. “Ze gaan mee met de tijd en zijn modern. Dat merk je aan de materialen die ze gebruikt. Ze legt een kies nu anders droog dan vroeger. Dat soort veranderingen merk je als patiënt op.”


Een band die verder gaat dan alleen controles

Dat Brummans & Fa al zo lang onderdeel is van het gezinsleven, merk je ook buiten de praktijk. “We hebben het over alles en elke fase. Nu heeft zij jonge kinderen en zijn die van mij volwassenen.” De band met de tandarts is in al die jaren gebleven.

De praktijk komt dan ook geregeld ter sprake thuis. Bijvoorbeeld na een tandartsbezoek, als een van zijn zoons vertelt dat hij een leuke mondhygiëniste had. Of wanneer ze tijdens het stappen ineens een assistente tegenkomen. 

Of hij zelf nog steeds bang is voor de tandarts? Op die vraag relativeert hij het met humor. “Ik ben een stoere vader toch.” Hij gaat trouw ieder half jaar naar de tandarts en mondhygiënist.

Op de vraag of hij nog iets aan zijn gebit zou willen veranderen, zegt hij dat hij stralend witte tanden best mooi vindt. Maar ook daarin blijft hij nuchter. “Ik ken wel mensen die naar Turkije zijn geweest. Mooi hoor, maar je slijpt een gezond gebit af. Het wordt te wit en je hebt alleen maar problemen. Dat is het niet waard.” Veel liever houdt hij zijn eigen gebit gezond. “Ik durf nu een bus te trekken met mijn gebit.”

Zijn wens voor de komende tien jaar van Brummans & Fa is dan ook helder en oprecht: “Lekker op dezelfde voet doorgaan. Jullie zijn goed bezig!”


Deze column werd eerder gepubliceerd in Dagblad Dijk en Waard.

Vorige
Vorige

Column: wat je mond vertelt over de rest van je lichaam

Volgende
Volgende

Column: je behandelt meer dan een gebit