Van avondspreekuren met vriendinnen van de opleiding tot een team van veertig man: hoe twee tandartsen uit een nieuwe generatie mondzorg een menselijk gezicht geven

In 2009 stond Lorena Fa (1984) plotseling aan het roer van een tandartspraktijk. Net 25, pas afgestudeerd, met een lening van de bank en verantwoordelijk voor honderden patiënten. De overname verliep sneller dan verwacht. In 2015 sloot goede vriendin Sjuul Brummans (1986) aan: de Yin en Yang. Het bleek een gouden zet.

Bijna tien jaar later staat Brummans & Fa voor zorg die verder kijkt dan het gebit. Voor mondzorg waarin vertrouwen net zo belangrijk is als techniek, en waarin preventie net zo’n prioriteit is als esthetiek. Geen witte jassen en vluchtige consulten, maar rust, openheid en uitleg in begrijpelijke taal. Met een scherp oog voor kwaliteit: “Soms zijn we twee jaar bezig om een specialist binnen te halen. Maar dat maakt ons sterk – en daar zijn we trots op.”

In dit interview vertellen Lorena en Sjuul over vriendschap, leiderschap en lef. Over beruchte teamuitjes, modern moederschap aan de stoel, en hoe je een praktijk bouwt waarin elke generatie zich welkom voelt.

Jullie namen de praktijk over op jonge leeftijd. Hoe is dat gegaan?

Lorena: Ik nam de praktijk over van tandarts Groen. Na mijn opleiding werkte ik bij hem in loondienst. Op een gegeven moment vroeg hij of ik de praktijk wilde overnemen, terwijl hij bij míj zou blijven werken. Kort daarna overleed hij onverwacht.

We hadden op dat moment patiënten voor twee tandartsen, dus dat was eigenlijk te veel voor mij alleen. Sjuul was toen nog bezig met haar opleiding, maar hielp al mee in de praktijk als vervanger van de mondhygiënistes. Daarnaast sprongen er collega’s en vriendinnen uit het vak bij. Uiteraard was iedereen bevoegd, maar het begon echt als een soort reddingsoperatie. 

En wat bleek? Veel van hen wilden uiteindelijk blijven omdat de sfeer zo goed was. Om ruimte te maken voor alle behandelaars én patiënten, gingen we in de avonden en in shifts werken. Daardoor konden we meer mensen helpen en groeide de praktijk eigenlijk vanzelf.

Sjuul: Na mijn afstuderen was ik van plan om een praktijk in Alkmaar over te nemen, maar dat ging uiteindelijk niet door. Toen heb ik vier jaar als zzp’er gewerkt, onder andere bij Lorena in de praktijk. Na die vier jaar vroeg ik haar of we niet samen verder wilden. Anders was mijn ambitie om mijn eigen praktijk te starten. Lorena reageerde positief, in 2015 draaiden we een proefjaar en in 2016 vonden we dit pand aan de Dreef in Heerhugowaard, waar we officieel samen begonnen.

“Ik ben meer procesgericht en Sjuul meer resultaatgericht. Ik check regelmatig of we het allemaal nog wel leuk vinden. Maar als het gaat om behandelingen, zitten we juist heel erg op één lijn.”

— Lorena Fa

Geboren ondernemers dus?

S: Ik wist altijd al dat ik iets voor mezelf wilde opbouwen. Mijn vader is ondernemer, dus dat is er met de paplepel ingegoten. Als zzp’er had ik al meer vrijheid dan in loondienst, maar echt ondernemen past veel beter bij mij. Ik doe liever mijn eigen ding.

L: Bij mij is het echt anders gelopen. Ik was jong en ineens had ik een eigen praktijk aan de Hortensialaan. Dat was best pittig in het begin. Je denkt dat je tandarts wordt, maar je leert gaandeweg dat je óók ondernemer bent. Dat leer je niet op school, maar in de praktijk.

Hoe was die beginfase?

L: Het ging onverwachts en tegelijkertijd geleidelijk, omdat ik dacht dat meneer Groen zou blijven. Als startende ondernemer ging al mijn spaargeld erin en heb ik zelfs geleend van familie. Dat het financieel zo’n uitdaging was had ik niet voorzien. Als je mensen aanneemt, zit je niet meteen vol. Dus je moet dat wel allemaal opbouwen.

Wat wilden jullie vanaf dag één anders doen dan hoe het altijd was gegaan?

L: Ik heb veel van meneer Groen geleerd. Ik zie nog geregeld werk van hem terug bij mijn patiënten waar ik echt van onder de indruk ben. Maar ik merkte ook dat ik naast die hoge kwaliteit nog iets kon toevoegen op het menselijke vlak.Naar de tandarts gaan is voor veel mensen een struikelblok. Wij proberen er daarom het beste van te maken voor de patiënt. Het is ons doel om iedereen op zijn gemak te laten voelen en een betere ervaring te bieden dan je soms bij andere zorginstellingen ziet.

Wat was het meest gedurfde besluit dat jullie toen samen namen?

S: Dit pand samen kopen. We gingen van twee naar vier behandelkamers, terwijl de bezetting daar op dat moment nog niet klaar voor was. We begonnen met twaalf personeelsleden. Inmiddels zijn we een team van bijna veertig mensen. 

Hoe gaat die selectie van personeel? 

S: We hechten veel waarde aan het vinden van goed personeel. Ze moeten niet alleen vakkundig zijn, maar ook goed in ons team passen. We werken uitsluitend met gediplomeerde assistenten. Omdat we de lat hoog leggen, komt het weleens voor dat we tijdelijk onderbezet zijn. Maar het team dat we hebben, presteert geweldig en is ontzettend hecht.


L: Daarnaast zijn we niet bang om de beste specialisten aan ons te binden. Zo hebben we er jaren over gedaan om erkend endodontoloog Cees Hofland en erkend implantoloog Willem van Dalen naar onze praktijk te halen. Daardoor hebben we nu enorm veel kwaliteit in huis.


Samenwerken en vriendschap

Samenwerken en vriendschap

Jullie zijn niet alleen compagnons maar ook vriendinnen. Hoe is die band ontstaan?

S: We zaten samen in het bestuur van de studievereniging. We waren met zijn tweeën verantwoordelijk voor de inkomsten en uitgaven in een bestuur van zes mensen. Dat ging erg goed. Voor het eerst in tientallen jaren draaide de vereniging geen verlies (lacht).


Waarin vullen jullie elkaar aan als ondernemers?

S: Ik denk dat we heel verschillend zijn, en dat we daardoor juist samen alle eigenschappen in huis hebben die je als ondernemer nodig hebt. Ik ben meer van het niet zeuren en gewoon doorrammen. De taken gaan bij mij vaak boven het plezier.

L: Jij bent inderdaad meer resultaatgericht, ik ben meer procesgericht. Ik check regelmatig of we het allemaal nog wel leuk vinden. Maar als het gaat om behandelingen, zitten we juist heel erg op één lijn. Al hebben we wel echt een andere patiëntengroep. Die van mij zijn vaak wat gevoeliger, misschien lijken ze meer op mij. En bij jou is dat andersom.

Is het soms lastig om de rol van vriendin en zakenpartner te combineren?

L: Ja, ik denk dat we daar vroeger beter in waren. Zeker voordat de kinderen er waren. Toen gingen we nog weleens een weekendje weg. Nu lukt dat minder, maar dat is ook logisch. Je ziet en spreekt elkaar al zo veel op het werk. Gelukkig hebben we nog regelmatig etentjes met onze partners erbij.

S: Ik had met niemand anders een praktijk willen beginnen. Onze visie is hetzelfde. Ik vind Lorena echt enorm goed in haar werk en ik vind dat we samen sterke diagnoses stellen. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar ik zie om me heen dat dat lang niet altijd het geval is.

L: Ja, ik vertrouw Sjuul en haar werk volledig.

S: We begonnen ook in dezelfde situatie: geen kinderen, hard werken en alles opzij zetten om dit op te bouwen. Die match heb je niet zomaar. Daarin zaten we echt op één lijn. Ik ben een perfectionist. Als je dan samenwerkt met iemand die chaotisch is of dingen half doet, was dit nooit zo succesvol geworden.

L: We willen allebei dat onze patiënten een goede ervaring meekrijgen. Daar zijn we enorm gedreven in. We bouwen bewust aan een band met onze patiënten. Goede communicatie is daarin belangrijk. Wat gaat er gebeuren, wat kun je verwachten, wat gaat het kosten? Patiënten willen duidelijkheid.

En hoe vertaalt dat zich naar jullie team?

L: We communiceren ook open binnen ons team. Geen roddels of achterklap, dat wordt bij ons niet getolereerd.

We willen dat collega’s zich kunnen ontwikkelen, initiatief nemen en met plezier naar hun werk gaan. Daarom voeren we regelmatig ontwikkelingsgesprekken, waarin we samen kijken hoe we het werk leuk kunnen houden en ruimte kunnen bieden om te groeien.

S: En vergeet onze beruchte uitjes niet. Van stoelen bij AZ tot borrels in Amsterdam. De collega’s zien elkaar ook regelmatig buiten werktijd. Dat is voor ons een groot compliment.

Welke waarden hebben jullie vanaf het begin afgesproken in jullie samenwerking?

S: Open communicatie, transparantie en geen concessie op kwaliteit.

Waarom wilden jullie tandarts worden?

L: Ik wil graag zorgen en met mensen bezig zijn. Ik vond geneeskunde ook heel interessant. Maar tandheelkunde sprak me meer aan omdat patiënten vaak elk half jaar terugkomen. Daardoor kun je echt een band met iemand opbouwen.

S: Ik wilde graag iets medisch doen, maar dan niet in een ziekenhuis. En ik wilde graag voor mezelf kunnen werken. Tandheelkunde sloot daar perfect bij aan. 

Modern ondernemen

Modern ondernemen

Jullie zijn duidelijk missiegedreven. Hoe combineren jullie idealisme met zakelijk leiderschap?

S: Dat gaat eigenlijk heel natuurlijk vanwege onze verschillende karakters. Ik ben taakgericht. Lorena kijkt juist sterk naar het menselijke aspect. Hoe komen we ergens op een manier die voor iedereen goed voelt? Die combinatie maakt ons onderscheidend. We doen allebei concessies, maar wel altijd de goede kant op.

L: Ja, uiteindelijk runnen we gewoon een tandartspraktijk. We zien het echt als een onderneming, want zonder gezond bedrijf kun je je missie niet uitvoeren. Tegelijkertijd zetten we ons zo veel mogelijk in voor anderen. Een voorbeeld daarvan is het project Tanden Goud. Als we bij een patiënt een gouden tand verwijderen, vragen we of we het goud mogen inwisselen. De opbrengst gaat dan naar een goed doel. 

Wat hopen jullie dat jullie team of patiënten van jullie leiderschap meekrijgen?

S: Sinds we allebei kinderen hebben, geven we sneller onze grenzen aan. Het is fijn dat ons team weet dat een gezin belangrijk is, ook die van hen. Natuurlijk verwachten we honderd procent inzet, maar ik hoop dat ze ook zien dat het te combineren is. Het is soms een uitdaging, maar het gaat bij ons niet alleen om zakelijk presteren. Het draait ook om plezier in het werk en om zorg te verlenen. 

In hoeverre speelt moederschap mee in hoe jullie ondernemen en jullie praktijk vormgeven?

S: Ik heb meer sympathie gekregen voor patiënten. Nu begrijp ik ouders beter als ze bijvoorbeeld een afspraak moeten verzetten omdat ze op het hockeyveld verwacht worden. Dat begrip had ik eerder minder.

L: Ik vind het nu nog leuker om gezinnen te zien opgroeien, en om te merken dat patiënten ook met mijn leven meegroeien. Je ziet mensen niet alleen als ze iets mankeren, maar juist in alle fases van hun leven.

Wat zien jullie als jullie signatuur?

S: Dat je een prettige ervaring kunt hebben bij de tandarts. Veel mensen zijn zenuwachtig als ze in de wachtkamer zitten. Je werkt met mensen die vaak niet op hun best zijn. Ik probeer dan wat luchtigheid te brengen, een beetje chitchat zodat de angst minder wordt.


De nieuwe generatie tandartsen

De nieuwe generatie tandartsen

Jongeren zijn opgegroeid met bewustere keuzes op het gebied van voeding, beweging en zelfzorg. Dat merk je in hoe ze met hun mondgezondheid omgaan.
— Sjuul Brummans

Wat betekent mondzorg anno nu voor jullie?

S: Ik denk dat mondzorg steeds minder alleen over de mond gaat. Er zit een heel lijf en een persoon aan vast. De klassieke problemen zoals slecht poetsen zien we minder vaak. In plaats daarvan nemen modernere klachten toe. Stress speelt bijvoorbeeld een grote rol bij mondproblemen. Je ziet steeds vaker klachten als klemmen, knarsen en slijtage. Soms zelfs migraine achtige klachten.

Die holistische benadering hanteren wij ook. Wij kijken verder dan het gebit. We willen weten wat iemand bezighoudt of wat voor werk iemand doet. Zo kunnen we veel beter adviseren en helpen.

L: Mondzorg is nu veel meer gericht op preventie. Vroeger vulden we vooral gaatjes, nu proberen we die juist te voorkomen. Dat begint al bij de jongste patiënten. Bijna alle kinderen gaan hier naar de preventieassistent, zeker als ze een beugel dragen. Op die manier proberen we de gebitten zoals we die bij oudere generaties nog vaak zien, te voorkomen.

Merken jullie dat patiënten bewuster worden van de link tussen leefstijl en mondgezondheid?

S: De jongere generatie staat daar veel meer voor open. Iemand van twintig reageert heel anders op de boodschap dat het tandvlees ontstoken is dan iemand van zeventig. Jongeren zijn opgegroeid met bewustere keuzes op het gebied van voeding, beweging en zelfzorg. Dat merk je in hoe ze met hun mondgezondheid omgaan.

Wat vind je soms lastig aan het vak?

S: Dat tandheelkunde voor veel mensen een financiële afweging is. Ik zou sommige patiënten zo goed kunnen helpen, denk aan tandvleesbehandelingen of implantaten, maar die behandelingen zijn kostbaar. Zeker als je kiest voor vaste constructies, die op de lange termijn beter en duurzamer zijn.

Niet iedereen kan dat betalen, en dan kiezen mensen soms voor uitneembare voorzieningen. Terwijl ik het liefst voor iedereen iets moois en passends zou willen maken. Natuurlijk proberen we altijd mee te denken met patiënten binnen hun financiële mogelijkheden, maar soms betekent dat dat niet alles haalbaar is.

Hoe zien jullie de toekomst van de tandartspraktijk?

S: Eerlijk gezegd is het best een uitdaging voor solopraktijken. De inkoopkosten liggen hoog en zorgverzekeringen vergoeden steeds minder. Daarnaast is er een personeelstekort in de zorg, wat de druk nog verder vergroot.

L: Ja, dat is ook een uitdaging bij ons. Daarom besteden wij veel aandacht aan het voorsorteren op toekomstige ontwikkelingen zodat we een gezond bedrijf blijven.


Hoe doen jullie dat?

L: Zorgverzekeringen vergoeden steeds minder en goed personeel is schaars. Het loont daarom nog meer om ons op preventie te richten. Als we de gebitten goed onderhouden, hoeven er op een later moment minder ingrijpende behandelingen gedaan te worden. Dat is op de lange termijn een stuk goedkoper. Voor de gezondheidszorg, maar zeker ook voor patiënten. We zien daar echt mooie voorbeelden van. Neem onze patiënten met een beugel. Vroeger gebeurde het regelmatig dat, zodra een beugel eruit ging, bleek dat iemand slecht had kunnen poetsen en er vier gaatjes ontstonden. Tegenwoordig zien we die patiënten het liefst elke drie tot vier maanden. En doordat we hen beter kunnen begeleiden, komen dat soort situaties bijna niet meer voor.

Vakmanschap

Vakmanschap

Speelt persoonlijke ontwikkeling een rol in jullie werk?

S: Dat speelt zeker een rol. Dit jaar deden we bijvoorbeeld een DISC-training met het hele team. We verdiepen ons samen in communicatiestijlen en bieden medewerkers ook de mogelijkheid om met een coach te praten, als daar behoefte aan is.

L: Daarnaast volgen we elk jaar cursussen. Denk aan trainingen op het gebied van botox-behandelingen tegen kaakspanningen en esthetische tandheelkunde.

En zitten jullie bij elkaar in de stoel?

S: Ja, ik zit bij Lorena in de stoel en zij bij mij. De kinderen van Lorena komen ook bij mij. Nu mijn eigen kinderen de leeftijd hebben dat ze naar de tandarts mogen, wil ik ook graag dat ze bij Lorena gaan.

Het perfecte gebit dus voor jullie?

S: Lorena misschien wel, maar ik zelf niet hoor (lacht). Ik had ooit een ortho-ring die niet goed vastgelijmd was. Daardoor ontstond een gaatje, wat uiteindelijk leidde tot een wortelkanaalbehandeling. De kies moest eruit en is vervangen door een implantaat. Het voordeel is wel dat ik nu uit ervaring kan praten met mijn patiënten.

Hoe belangrijk is schoonheid binnen jullie vak?

S: Schoonheid wordt steeds belangrijker. We letten er zelf ook op. Bijvoorbeeld: welke kleur heeft de voortand? Als we iets maken, moet het er natuurlijk uitzien en goed passen bij het geheel.

Tegenwoordig dragen veel mensen een beugel en we merken dat jongeren regelmatig hele witte tanden willen. Het is dan aan ons om andere mooie opties aan te bieden die ook goed zijn voor hun gebit.

L: Ja, dat klopt. We vinden het belangrijk dat het resultaat er mooi uitziet, maar uiteindelijk kijken we altijd naar de combinatie van een goede medische keuze, de esthetiek en het financiële plaatje.

Dat brengt me bij botoxbehandelingen. Waarom ben je dat gaan doen, Sjuul?

S: Uit persoonlijke interesse. Daarnaast past het goed bij onze praktijk. We weten dat patiënten veel resultaat ervaren van botox in de kauwspieren, bijvoorbeeld om knarsen of pijn te verlichten. Daarom wilden we die behandeling graag toevoegen aan ons aanbod.

Missie & impact

Missie & impact

Wat hopen jullie dat mensen voelen als ze bij Brummans & Fa binnenkomen en weer weggaan?

S: Dat patiënten blij de deur uitgaan, omdat ze zich fijn benaderd en goed behandeld voelen. Zo had ik vanochtend nog een hele bange vrouw. Na de behandeling zei ze tegen me: “Ik hoef in ieder geval al niet meer te huilen bij jou, zoals ik vroeger altijd deed.” Dat is precies het gevoel dat we willen uitstralen, en dat geeft ontzettend veel voldoening.

L: Ja, mensen moeten zich echt gezien en gehoord voelen.

Wat gunnen jullie de volgende generatie tandartsen?

L: Dat er vanuit de zorgverzekering oog blijft voor preventie, zodat we ook in de toekomst echt het verschil kunnen blijven maken in ons vak. En dat de sfeer op de werkvloer prettig blijft. We merken dat patiënten die bang zijn, veel stress ervaren of grote mondgezondheidsproblemen hebben, dat soms afreageren op ons personeel. Ik hoop dat we allemaal op een respectvolle manier met elkaar om blijven gaan.

Welke droom ligt er nog op de plank?

S: Een tandheelkundig project in Afrika.

L: (lacht) Of dichter bij huis, dat mag van mij ook.

Wat is de grootste les die jullie tot nu toe leerden als ondernemers?

L: Dat het belangrijk en waardevol is om continu aan de sfeer en het team te blijven werken. We steken daar veel tijd in. Een fijne werksfeer doet zoveel. Het heeft niet alleen impact op het team, maar ook op onszelf en op de patiënten.