‘Van Donald Duckjes in de wachtkamer naar zelf verantwoordelijkheid nemen voor je gebit’
Toen Santos van Duin (2002) in Heerhugowaard kwam wonen, was hij een jaar of zeven. Zijn oma zat al bij Brummans & Fa en raadde de praktijk aan zijn ouders aan. Inmiddels komt niet alleen zij er nog steeds, maar ook de rest van de familie al jaren. Niet alleen Santos zelf, maar ook zijn blik op mondzorg is volwassen geworden. Als oudste broer motiveert hij inmiddels zijn broertjes om het ook serieus te nemen en denkt hij nu bewuster na over onderhoud, gezondheid en het verschil tussen een mooi gebit en een gezond gebit.
Santos
Als kind had Santos niet per se angst voor de tandarts, maar hij had er vooral geen zin in. “Het idee dat er in mijn mond werd gewroet vond ik gewoon niet prettig.” Toch veranderde zijn gevoel vrij snel toen hij voor het eerst bij Brummans & Fa binnenkwam. Waar zijn vorige tandarts kil en afstandelijk voelde, herinnert Santos zich de wachtkamer nog met de Donald Duck-tijdschriften én het speeltje dat hij voorafgaand aan de afspraak kreeg. “Dat gebeurt normaal op het einde”, zegt hij. Tijdens de behandeling kon hij ermee spelen en dat maakte hem direct rustiger. “Dat is mij echt nog bijgebleven.”
Een warme tandarts die met je meegroeit
Sjuul is voor Santos vanaf het begin zijn tandarts geweest. Niet alleen dat speeltje hielp om zich op zijn gemak te voelen, zegt hij, maar vooral ook haar manier van doen. “Ze is een sociaal en warm persoon.” Vanaf het eerste moment had hij niet het gevoel dat hij op zijn hoede hoefde te zijn. Juist doordat Sjuul open communiceerde en contact maakte, groeide het vertrouwen vanzelf.
Zo vroeg ze in de loop van de tijd bijvoorbeeld hoe het op school ging of hoe het thuis was met drie broertjes. Die rustige, persoonlijke benadering is hem altijd bijgebleven. Ook het feit dat hij als kind steeds dezelfde gezichten zag in de praktijk, vond hij prettig. Als er een nieuwe assistent was, werd dat uitgelegd. Diegene werd voorgesteld en er werd verteld wat die persoon ging doen. Dat gaf rust.
Een praktijk die vertrouwd voelt
Als Santos nu terugdenkt aan Brummans & Fa, komt vooral een combinatie van professionaliteit en warmte naar boven. “Ik voel me heel erg thuis en vertrouwd”, zegt hij. Dat zit voor hem niet alleen in de mensen, maar ook in de plek zelf. De wachtkamer van de oude locatie is zijn eerste echte herinnering aan de praktijk. In het nieuwe pand is dat gevoel anders geworden: luxer, strakker en netter. Mooie bankjes, goede kussens, een professionelere uitstraling. Voor Santos past dat goed bij de praktijk zoals die nu is.
Wat hij typerend vindt voor Brummans & Fa, is dat ze er altijd voor je zijn. Dat ervoer hij heel sterk toen hij een paar jaar geleden een kiesontsteking kreeg. Eerst wist hij niet goed wat er aan de hand was. Hij verwachtte eerlijk gezegd vooral wat geruststellende woorden na een telefoontje, maar de praktijk deed veel meer dan dat. De hele week werd er contact gehouden. Assistentes vroegen hoe het ging, Sjuul belde zelf ook meerdere keren, er werd advies gegeven en er werden afspraken verschoven om hem te kunnen zien. Uiteindelijk werd hij doorverwezen naar de huisarts. “Ik voelde me gezien”, zegt hij. Dat is hem echt bijgebleven.
Santos met zijn gezin
Anders kijken naar mondzorg
Nu Santos volwassen is, kijkt hij ook anders naar zijn gebit dan vroeger. Als kind snapte hij de ernst van tandenpoetsen en flossen nog niet echt. Dat veranderde toen hij een keer een gaatje kreeg. Daarvóór nam hij poetsen niet altijd even serieus en flossen deed hij eigenlijk niet. Inmiddels weet hij beter. “Nu ik ouder ben, zie ik dat flossen helpt”, zegt hij. Ook vanuit de praktijk werd hij daar steeds weer op gewezen. Tegenwoordig doet hij het ook echt. “Als je lang met je gebit wil doen, moet je daar zelf ook iets voor doen. Je wil met je gebit tot je tachtigste doorgaan. Daar moet je werk voor leveren.
Hij merkt dat een mooi gebit belangrijk is bij leeftijdsgenoten. “Ik hoor in mijn vriendengroep regelmatig dat iedereen als eerste kijkt naar het gebit”, zegt hij. Volgens Santos ligt de focus daarbij vaak meer op de buitenkant dan op de binnenkant. Heb je een mooie witte lach, dan denken veel mensen al snel dat je een goed gebit hebt, terwijl dat natuurlijk niet altijd zo hoeft te zijn. Zelf kijkt hij daar nuchterder naar. Hij bleekt zijn tanden niet. “Mijn gebit ziet er misschien niet honderd procent wit uit, maar is wel gezond.”
Ook zijn beugel speelde daarin een rol. Eerst had hij een blokbeugel, daarna brackets. Dat heeft al veel voor zijn gebit betekend. Voor hem hoeft het niet nog beter of nog witter. Gezond is belangrijker. Afgezien van één gaatje en een kiesontsteking heeft hij eigenlijk nooit grote problemen gehad. Misschien kijkt hij juist daarom nu zo bewust naar onderhoud: hij weet dat je daar zelf invloed op hebt.
Van beugeldrager naar grote broer met advies
Santos speelt thuis inmiddels ook een andere rol. Als oudste helpt hij zijn jongere broertjes met tips en motivatie. Zeker toen het over beugels en flossen ging, was hij degene van wie ze advies enigszins gedoogde. Zelf was hij relatief snel klaar met zijn beugel, terwijl zijn broertjes er veel langer mee liepen. Dan kwamen er vanzelf vragen. Hoe zorg je dat het sneller gaat? Wat helpt? Hoe moet je flossen?
Bij zijn jongste broertje merkt hij dat dat werkt. Die is nu ook gaan flossen en vraagt hoe hij dat het beste kan doen. Bij zijn twee 16-jarige broers ligt dat ingewikkelder. “Daar kom ik niet doorheen”, zegt Santos nuchter. “Die zitten midden in de puberteit.”
Hoewel Santos nu twee keer per jaar een afspraak voor de tandarts en mondhygiënist inplant, is de tandarts thuis soms nog onderwerp van gesprek. Zeker toen ze met het hele gezin gingen, werd aan tafel besproken wat er over ieders gebit was gezegd. En nog steeds komt het terug. Bijvoorbeeld toen een van zijn broertjes een gaatje moest laten vullen. Dan gaat het er thuis over hoe dat was, of het pijn deed en of er verdoving nodig was.
Van kindpatiënt naar volwassene
Wat begon met Donald Duckjes in de wachtkamer en een speeltje vóór de behandeling, groeide voor Santos uit tot iets dat veel langer meeging dan alleen zijn kindertijd. De praktijk veranderde, hijzelf veranderde en ook zijn blik op mondzorg werd volwassener. Waar hij vroeger vooral geen zin had in het “wroeten” in zijn mond, begrijpt hij nu veel beter waarom controles, de mondhygiënist en goed onderhoud belangrijk zijn. Hij maakt zijn afspraken zelf, denkt bewuster na over zijn gebit en probeert dat besef ook door te geven aan zijn broertjes.
Voor Santos laat Brummans & Fa zien dat een tandartspraktijk met je kan meegroeien. Eerst als kind dat liever afleiding zocht in de wachtkamer, nu als jonge volwassene die zelf verantwoordelijkheid neemt voor zijn gebit. En dat geldt inmiddels eigenlijk voor de hele familie, van zijn oma tot zijn jongste broertje.
